Stembureau                                                            23.5.19


Het dorpshuis is ook de plek waar als er verkiezingen zijn gestemd kan worden. Vandaag ging het voor het Europees Parlement. Een morele verplichting, vind ik. Aangezien we op pad waren stemden we elders in de gemeente. 


'Wij zijn het kleinste stembureau van de gemeente' zei de voorzitter van het bureau toen ik met lichte verwondering om me heen keek. Het was een man van minstens 80 jaar. Jonge mensen zijn voor dit werk niet te porren, las ik onlangs nog in de krant, daardoor blijft de oude garde zitten en de rangorde gehandhaafd. Hij checkte onze id-kaarten en zei tegen een al even oude mevrouw naast hem dat wij stemgerechtigd waren. Zij verstrekte ons de stembiljetten. Aan de andere zijde van de tafel zat een nog oudere man, die ons naar het stemhokje wees. Bij ons in het dorp hebben we er altijd drie, hier kon men met eentje toe. Daar mijn vrouw weleens moeite heeft met het aankruisen van het juiste rondje, hielp ik haar tijdens alle vorengaande verkiezingen. Dat was zelden een probleem. Wij schoven dus bij elkaar in het hokje. 'Wat bent u van plan?' hoorde ik de mevrouw achter mij zeggen. 'Ik help mijn vrouw even' zei ik. 'Neenee', zei ze luid, 'dat mag niet. Daar moet één van ons haar bij helpen óf uw vrouw moet u volmachten, dan heb ik niks gezegd'. Ik wendde mij tot de voorzitter van de commissie en zei dat dit bij ons in het dorp nooit een probleem was. 'Bij ons wel', zei hij 'er wordt hier  gefraudeerd bij het leven'. Mijn vrouw wilde iets te berde brengen. 'Tut-tut-tut-tut', zei de mevrouw, 'ik kan uw stemrecht met een enkel streepje doen verdwijnen hoor en dan mag u helemáál niet meer stemmen, dus ik zou me maar rustig houden'. Wat was dit wel voor een dictatoriaal stembureautje. 

Ik werd nu driftig, ik verfrommelde de stembiljetten en propte ze in de bus. 'Hebben jullie nou je zin, stelletje kwezels!', beet ik hen toe. De voorzitter richtte zich nu tot de andere man van het clubje en zei 'Pa, smijt die vandalen eruit'. Toen wij het pand verlieten hoorde ik de mevrouw zeggen: 'Twee ongeldige stemmen, Piet'. De volgende keer gaan we gewoon weer naar ons eigen gezellige dorpshuis. Koffie en koek na, alles binnen handbereik. 


p.s. De uitslagen zullen pas later bekend worden. Dan zijn de hokjes en de potloden al weer opgeruimd om over enige tijd weer tevoorschijn te komen. Het blijft een mysterie dat we met het inkleuren van een miniscuul rondje  medeverantwoordelijk zijn voor het besturen van in dit geval die Brusselse  olietanker. En toch blijven we het vanuit democratisch oogpunt gezien doen. 

            

Buurtzorg                                                          15.5.19


De Hoeskaomer Plus werd deze keer verzorgd door Janette Gorter,  wijkverpleegkundige van Buurtzorg Gasselternijveen en omstreken.  


De mens wordt tegenwoordig gemiddeld een stuk ouder dan een eeuw geleden en naast het genoegen lopen hij en zij tegen steeds meer problemen aan. De medische wetenschap kan het nog amper bijsloffen. Er zijn in ons land momenteel 2442 verpleeg- en verzorghuizen om elk-en-een te huisvesten. Daarnaast wonen er nog heel veel ouderen op zichzelf. Hier ligt een taak voor instanties als de Buurtzorg. Het zal niemand verbazen dat er in het zorgaanbod een zekere wildgroei is ontstaan en dus is het van belang dat de hulpbehoevende bij de juiste vrouw of man terechtkomt. Ik moet eerlijk bekennen dat mij de wereld van de hulpverleners tamelijk vreemd was. De afkorting WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning) was mij bekend, maar daar was ook alles mee gezegd. Het gaat er in grote lijnen om dat mensen die hulp nodig hebben 24 uur per dag bij instanties als de Buurtzorg terecht kunnen. De Buurtzorg bestaat uit een organisatie van kleine teams en levert zorg aan huis. Er wordt daarbij ook gekeken naar huiselijke omstandigheden en indien mogelijk probeert men oplossingen te zoeken. Gewaakt wordt echter voor 'bemoeizorg'. Verder heeft de Buurtzorg een preventieve taak als het gaat om bijvoorbeeld vervuiling en vereenzaming. Janette wees erop dat een praatje van een verpleegkundige en daarbij een kopje koffie voor sommige mensen al een helende werking kunnen hebben en dat in het verlengde hiervan het bezoeken van een wijkcentrum of dorpshuis en het meedoen met activiteiten van groot belang zijn. Dat horen we natuurlijk graag. Door de lijn tussen de hulpvrager en de hulpverlener kort te houden, dat wil zeggen, door op de juiste wijze in te spelen op de benodigdheden, kunnen ernstige zaken zoveel mogelijk worden voorkomen. Vroeger kon men als het mee zat rekenen op noaberhulp, maar die tijd is voorbij. Aan werkvoorraad ligt het niet, liet Janette ons tussen neus en lippen door weten. We knikten bedremmeld. Verder wees ze ons voor raad en daad nog op de mogelijkheid van de inloopspreekuren. Ik had enige moeite met het woord 'inloop'. Het is dat bij het ouder worden het lopen en dus ook het inlopen bij velen problemen geeft...  Veel ouderdomsklachten hebben te maken met de motoriek. Gebruik van rollend materieel is voor velen noodzaak. Afgezien van deze gewrichtige zaak, was het een leerzame ochtend. Dank aan de wijze woorden van Janette Gorter, voor haar enthousiaste en kundige uitleg. 


De volgende Hoeskaomer Plus is op 12 juni a.s. We gaan dan kwissen. Komt allen!             

Oranjefeest                                                              6.5.19  


De activiteiten georganiseerd door de Oranjevereniging vielen door het barre weer een beetje in het water. Slechts -maar wat is gezien de omstandigheden  slechts, bikkels zijn het!- 23 fietsers deden mee aan de fietstocht en in de sportzaal van ons dorpshuis werd gespeeld en daarna een broodje gegeten. Er was geen toneeluitvoering van Crescendo. Het ligt een beetje op zijn kont, hoorde ik van dies en gene zijde. Mogelijk speelt de opzet van Koningsdag een rol en is ook de datum oorzaak van het teruglopen van de activiteiten. Het is een landelijke trent. Overal immers geven vrijmarkten de toon aan. 


In vroegere tijden ging dat er wel anders toe. Mijn vader werd in 1951 lid van de openbare Oranjevereniging. Ik werd in datzelfde jaar geboren en weet haast wel zeker dat één en ander met elkaar te maken hebben. Op de 30ste april spoedde mijn vader zich meteen na het melken, na eerst de vlag te hebben uitgehangen, naar het dorp en kwam tussen de middag eventjes thuis om te eten, waarbij hij met de nodige voorzichtigheid vertelde wie de oriëntatierit voor auto's en motoren had gewonnen en waar de knelpunten lagen. Een familielid van ons streek meerdere keren met de eer en de verdenking van voorkennis lag mogelijk op de loer. Maar mijn vader was een regelaar en bemoeide zich helemaal niet met de te rijden route. 's Middags waren er op het oude sportveld achter café Zwiers kinderspelen. Tussendoor dronken we ranja en voor de ouderen zorgde het echtpaar Zwiers voor koffie en thee. Zaklopen, vlaggetjes in een stoof prikken, met water sjouwen...  enzovoort. Later verplaatsten zich de spelen naar het nieuwe sportveld. 

's Avonds werd er een blijspel in drie bedrijven opgevoerd met een verloting in de pauze en bal na. De volgende dag hoorde ik wie er aangeschoten of dronken en daardoor lastig waren geweest. Ieder jaar zo ongeveer hetzefde liedje. Voor zover ik weet heb ik maar één keer in plaats van een spelletjesdag-buiten een activiteit-binnen meegemaakt: een filmvoorstelling in zaal Zwiers. Een belevenis van jewelste! Of het weer hier mogelijk mee te maken had, weet ik niet. Er werd een film van Dik Trom gedraaid. Het was de allereerste keer dat ik een echte film zag. De zaal stond helemaal op zijn kop bij de strapatsen van Dik Trom en zijn vriendjes. In de toespraak bij de uitreiking van de ridderorde aan mijn vader in 1986 voor onder andere zijn bijdrage aan de Oranjevereniging, hoorde ik wanneer hij er lid van was geworden. Afgezien dat mijn verjaardag er hierdoor meestal bij in schoot, heb ik er toch aardige herinneringen aan overgehouden. 


Er was een tijd dat Gieterveen twee Oranjeverenigingen kende. Met name Dominee Plasman en mijn vader hebben gezorgd dat het één levendige vereniging werd. Nu is zelfs dat al bijna niet meer mogelijk. Een beetje treurig is het wel.   

Plantjesmarkt                                                     26.4.19


Dat een mens op den duur in een zekere leeftijdsgroep belandt wordt hem niet op de basisschool geleerd, daar leren ze over Columbus en Karel de Grote, over 't kofschip en hoe wij mensen het met elkaar zover hebben geschopt. Allemaal heel leerzaam, maar terstond gedoemd voor eeuwig te worden vergeten. Ik zou de begeesterde juffrouwen en meesters van de basisscholen willen toeschreeuwen 'Leer die koters vooral hoe de natuur in elkaar steekt, hoe ze vogelkastjes moeten bouwen en zuinig om moeten gaan met de wereld...!' Maar wie ben ik om dat te zeggen? Die kids zouden mij misschien wel dik uitlachen. 


Ik was op het plein van de Samenwerkingsschool vanwege de jaarlijkse  voorjaarsmarkt. Het was er een gezellige boel en wie zal dan malen om te onderwijzen leerstof? De plantjesmarkt plus rad van avontuur, stalletjes waar onder andere kon worden geschminkt, een heuse stormbaan bevochten en het nodige ingenomen voor maag en darmen, is een aangename manier om geld bij elkaar te sprokkelen voor allerlei zaken en materiaal. Toen ik  schoolging op de Burgemeester Nijenhuisschool -aardig detail: de grond hiervoor werd gekocht van boer Willem Speelman, dezelfde waar ik naar vernoemd ben, dan sta je toch aardig met beide poten in de dorpshistorie- zamelde ik verplicht oud papier in als bijdrage voor het jaarlijkse schoolreisje, want de financiering van het onderwijs in Nederland is altijd een lastige klus geweest. Mijn vrouw stortte zich meteen in het gedrang. Ze had onze forse  eurobiljet stuk te maken en dat deed ze zonder enige weifeling. Daarna stak ze mij een stapel lootjes toe zodat ik mee kon spelen met het rad van avontuur. Ik overwoog na het systeem even in me te hebben opgenomen, alle plankjes van één ronde op te kopen, dan was de kop eraf. Dat leek me wel een aardig idee. Maar de plankjesverkoopster was streng en zei dat dát niet de bedoeling was. Er waren meer mensen die ook een plankje wilden kopen, zei ze. Gelijk had ze. Bij de eerste ronde had ik desalnietemin een vleesbon te pakken en vlot daarop een fles wijn. Het eerste vergat ik bijna mee te nemen en het tweede stond mijn vrouw af aan een goedgezinde  dorpsgenote. Zó blijft een mens arm, maar in de grond van de zaak gelukkig. Bij een volgende ronde was het opnieuw raak. Ik kwam nog aardig door mijn lootjes heen en waande me de koning te rijk. Mijn vrouw scoorde ondertussen nog een laatste lobelia. Het had allemaal stukken minder gekund...  


Van de vroegere Floriade met prijzen voor het beste gekweekte plantje of bloemschikstukje is niet veel meer over en dat is geen ramp. Het gaat er nu veel vrijer toe. Straks vertellen die kids ons hoe wij moeten leven, hoe wij ons moeten bewegen en ons -oudjes- in stand moeten houden. Zo vloeit de beschaving gelijk een nooit eindigende waterstroom voort... Volgend jaar weer; dezelfde maand, dezelfde tijd en hopelijk dezelfde mensen. Jullie dus.                        

Het zoet en het zuur                                                17.4.19


Eten is een serieuze zaak, het geeft het mensdom veel vermaak. Even een variatie op een bekend versje van Multatuli. Vandaag had de Hoeskaomer als maandelijks plus Joke van de Grift uitgenodigd. Ze is gewichtsconsulente en werkt vanuit Tinten. Haar verhaal hield vooral in dat een goed eetpatroon heel belangrijk is voor ons welzijn. Belangrijk is onze Body Mass Index. Dat is een getal dat wordt bepaald door de lengte en het gewicht van de persoon. Goed eten is nog een hele kunst, temeer de verleidingen om het slecht te doen ons vanaf de schappen in de supermarkt tot en met de kassa's bij de bouwmarkten toeschreeuwen. Het zijn de zo verraderlijke tussendoortjes. Ook belangrijk is de manier van eten; langzaam en bewust. Veel ziekten hebben te maken met slechte voeding en onregelmatig leven. En overal barst het van teveel zout, teveel vet en vooral teveel suiker. Maar ze was realistisch genoeg om ook haar eigen zwakten te benoemen en dat maakte het voor ons 'zondigen' draaglijk. Het heeft weinig zin om de genietende mens de oren te wassen, want dat werkt in de regel contraproductief. Er is afgezien van speciale suikerloze levensmiddelen weinig voedsel waar geen suiker in zit. De vraag van meerdere aanwezigen was dan ook of je nog wel plezierig kunt leven als je al het zoet en het zuur uit je voedsel weglaat. Dat is heel goed te doen, zei ze, want van nature zit bijna overal wel suiker in. Tip: Lees goed de ingrediënten op de verpakking. Minpunt is dat deze vaak heel klein ergens in een uithoek of in de plakrand staan weergegeven. Wat betreft de inhoud van het producent laat de maker ervan niet graag het achterste van zijn inhalige tong zien. Suikerleveranciers maken megadeals met deze producenten. Die zijn hier medeschuldig aan. 


En toen was het pauze. 


Joke had eigen maaksel meegebracht, er stonden paaseitjes en speculaasjes op tafel en de koffiekan ging rond. Er moet wel geleefd worden mensen en over uitstellen van ons dieet had Joke het niet gehad. Die eet wel en die eet niet, liet ik op de valreep nog even weten. Is het dan allemaal water naar de zee dragen met onze vreetcultuur? Dat is de vraag. Over niet al te lange tijd komen de barbecuesets weer van stal, wat zeg ik: dit weekend al! En dan gaan er weer de nodige lappen vlees door en menig flesje wijn of kratje bier en schenden we weer massaal de belofte het allemaal wat rustiger aan te doen... Over het inhaleren van de bbq- en sigarettenrook zal ik het even niet hebben. Of zie ik het nu te zwart/wit, strooi ik te royaal met korreltjes zout?   Ik wil de pret en de gezelligheid die er van samen eten uitgaat niet vergallen en de zuurpruim met de lange tanden uithangen. Zoals ik boven al aangaf; eten geeft het mensdom inderdaad heel veel vermaak. Alleen al door erover te praten, zoals deze morgen. Het was een leerzame en vooral voedzame uiteenzetting. Joke, hartelijk dank hiervoor. Geheel verzadigd keerden we huiswaarts. 


Op 15 mei a.s. komt Jeanette Gorter vertellen over de Buurtzorg. Komt allen. Koffie/thee en cake is aanwezig.       

Daadkracht!                                                          10.4.19                                                                


Afgelopen zaterdag was in Huize Bareveld de tweede bijeenkomst van de Bewonersraad Kracht van de Veenkoloniën, opgericht in 2015. De raad heeft tot doel bewonersinitiatieven die de gezondheid en de levensvatbaarheid van de bewoners in het Veenkoloniaals gebied proberen te versterken te initiëren en het netwerk zonodig uit te breiden. De zaal was bezet met kundige mensen die elkaar van verschillende instanties kenden, zodat de gespreksleider bijna iedereen bij de voornaam aansprak. Mijn vrouw (Ineke) en ik waren als bezoekers van Ous Hoes afgevaardigd. Het Veenkoloniaal gebied loopt zo ongeveer van de Pekela's tot aan Erica. Om een aangenaam sfeertje te scheppen werd ons in groepjes van drie personen opgedragen van bamboestokken en elastieken een piramide te bouwen. Nadat deze piramides tot een gezamelijke piramide waren opgestapeld, volgde er door verschillende mensen een toelichting op hun aandeel in het bestuurlijke werk. Over successen en obstakels en vooral over inspiratie. Hierna zong Erwin de Vries enige liedjes en vertelde over zijn vroegere werk bij Lentis. Zijn stelling was dat je nooit boven de mensen die je wilt bereiken moet gaan staan. Een man uit het veld die het inzichtelijk maakte en er ook nog prachtig (in het Grunnings) over zong. Klasse! Middels 7 stamtafels werden wij nu aan het werk gezet om de knelpunten aan de hand van moodboards weer te geven. Dit leek ons beiden een goed moment om op het terras van een nabij gelegen veenkoloniaalse uitspanning een drankje te nuttigen. De boog kan niet altijd gespannen staan. De zon nodigde uit om de zinnen even te verzetten. Ik leverde Ineke daarna thuis af omdat ze liever wilde tuinieren. Ik meldde mij daarna weer in Huize Bareveld. 


Tijdens het terugkoppelen van de gesprekken van de 7 tafels kwamen dezelfde zaken weer aan de orde. Ik had gehoopt dat het wat concreter zou worden, dat meer vrijwilligers aan het woord zouden komen. Ik had kunnen zeggen dat Ous Hoes alles prima voor elkaar heeft en dat het draait als een tierelier, maar hield me in. Nu ging het voornamelijk over het faciliteren en de daarbij komende kosten. Bij dergelijk zwaar bemenste ontmoetingen komt de vrijwilliger, waar uiteindelijk veel op neerkomt, nogal eens te weinig aan bod. Aan het eind van de middag werd nog even ingezoomd op de vermeende zwaarmoedigheid van de Veenkoloniër. Onderzoeken wijzen echter steeds uit dat de bewoners van dit gebied voor geen goud weg zouden willen en dat ze de zin van het leven en het geluksgevoel een goed cijfer geven. Dan denk ik dat het met die zwaarmoedigheid ook wel meevalt. Ik denk dat de taal (dialect in veel gevallen) een niet te onderschatten rol speelt in het bereiken van de doelgroep. Een groepsfoto sloot deze toch wel leerzame middag af. 


Op weg naar huis heb ik nog wat zwerfvuil opgeruimd. Over dergelijke activiteiten heb ik niemand van de aanwezigen iets horen zeggen, zelfs het woord milieu heb ik niet horen vallen en juist dát kan het welzijn en de leefbaarheid van een dorp enorm beïnvloeden. Evenals directe communicatie tussen de dorpshuizen onderling middels iets simpels als een mailtje, een praatje of een columnpje. Ook dat heet kracht, daadkracht.           

Busreisje                                                                       3.4.19 

 

Vandaag waren we op reis met een gezelschap bestaande uit ruim honderd gemeentegenoten, verdeeld over twee bussen. Het waren voornamelijk mensen op leeftijd en aangezien ik tot deze groep hoor, mocht ik -samen met mijn vrouw, die hier nog lang niet aan toe is- mee. Nadat de rollators waren opgeborgen en de mensen gezeten, reden we eerst naar Gasselte. Daar zou ons iets worden verteld over kunst en cultuur. Het vervelende is echter dat de meeste wegen in de door ons bezochte dorpen niet geschikt zijn voor dit soort grote bussen. Met veel gemanoeuvreer bereikten we de plek des heils. Hier moesten we halt houden en wachten tot de kunstenaars in de eerste bus klaar waren om vervolgens naar ons toe te kunnen komen, waardoor er gaten in het programma vielen, die met aardig bedoelde raadseltjes werden gevuld. Een euvel dat enkele keren de pret drukte. Maar omdat het ondoenlijk zou zijn alle mensen uit de bussen te halen, kwamen de kunstenaars ter plekke in de bus. Dat was passen en meten en ging enigszins verloren. De gemeente bood dit reisje gratis aan en trakteerde alle deelnemers daarnaast op een heerlijke lunch. Bus 1 in Eext, wij -bus 2- in De Wenning te Rolde. Ik genoot van het feit dat je in zo'n bus zo lekker hoog zit en dingen ziet die je als autorijder ontgaan. Ik keek over heggen in tuinen en zag landschappen die ik normaal als ik er langs rijd niet in me op kan nemen. Dat is pure winst. Accordeonist Andries uit Gasselternijveen gooide in Grolloo alle riemen los en maande ons tot jolig samenzang. Vlakbij het beeld van Harry Muskee nota bene. Hij zou er om hebben gelachen, hoe een bus vol dames en meneren uit hun dak ging met evergreens als Brandend Zand, Daar bij die molen en Sophietje. 'Niet mien koppie thee', zou hij net als mij zeggen, 'maor vort mor'. 

 

Tegen vijf (17.00) uur waren we terug in Gieten. Moe en voldaan. We hadden bijna alle plaatsen van de gemeente gehad. Mooi dat zoiets kán en dat het zoveel mensen gelukkig maakt. Misschien ben ik nog te jong om dit allemaal te begrijpen. Enfin... volgende week weer een gewone Hoeskaomer, zonder toeters en bellen.  

Neutenschaiten                                                27.3.19


Toen er nog niemand uit het gezin waar ik toe behoor was uitgevlogen, werd er ieder jaar op paaszondag notengeschoten. Een beetje een rare verbuiging van een woord voor een spel waar het juist op rechtlijnigheid aankomt. Om te kunnen neutenschaiten (het woord staat niet in de Van Dale, daarom houd ik het Grunnings-Drentse woord maar aan) is men een vlakke baan, een groot aantal walnoten, een stalen kogel en een clubje gooiers nodig. 


Vanmorgen speelden we het spel als een plus-activiteit van de wekelijkse Hoeskaomerbijeenkomst. We speelden het spel in de gymzaal, waar middels hardboard platen twee banen waren uitgezet. Ieder van ons kreeg bij aanvang zeven noten om bij eventueel zogenaamd dun gooien bij te kunnen leggen. Het probleem bij gezelschapsspelen is dat er nogal eens variaties op de basisregels bestaan. Dat was nu ook zo. Teamleider Kupers van Baan 1 en teamleider Pepping van baan 2 hadden regelmatig overleg hoe een en ander precies in zijn werk ging. Moest bij dun worden bijgelegd als er ook dik was gegooid? Nee, was beider mening. Gewoon alles weer opzetten en geen noten inleveren. Mooi. Thuis heb ik op 'Neutenschaiten veur dummies' nog even gecheckt of dit ook zo is. Het klopt. Vroeger kon een dungooier ook centen bijleggen, maar waar haal je die nog vandaan? Ook de volgorde van de gooiers leverde problemen op. Wil het een Olympische Sport worden dan moet daar natuurlijk nog even aan gewerkt worden. Dat is duidelijk.  


Er werd fanatiek gegooid. De noten vlogen je niet zelden om de oren, er werd regelmatig royaal geïncasseerd en even zo vaak moest er worden bijgelegd. We hadden geen competitie opgezet en dus kon elkeen die de zin eraf had roepen: Ik geef mie ôf, en elders verpozen. Na afloop waren er dan ook geen winnaars (of we zouden het allemaal zijn), evenmin waren er verliezers. Het was puur voor de lol en dat hadden we zeker. Wie weet is het een opmaatje voor het echte gooi- en smijtwerk tijdens de Paasdagen. Houd hiervoor de agenda in de gaten.  

NLdoet het goed                                                     20.3.19


Afgelopen zaterdag deed het dorpshuis mee met NLdoet. Zo'n 20 mensen hebben zich fanatiek ingezet bij het verrichten van allerlei karweitjes in en rond het gebouw. Het gebied rond het fietshok werd schoongemaakt, een oud hekje opgeruimd, de gymzaal gedweild, de keuken kreeg een extra beurt, de boeken in de boekenhoek werden gesorteerd en evenals de puzzels voor een deel weggebracht. De buitenwerkers hadden nogal te kampen met de regen, maar lieten zich er niet door uit het veld slaan. Bravo! Alles in het dorpshuis staat of valt immers met de hulp van vrijwilligers. En niet alleen het op de been houden van een dorpshuis; elke sector die een sociale en/of een dienstverlenende funktie heeft kan niet zonder vrijwilligers! Zonder hen zou het hele systeem ogenblikkelijk tot staan komen. Hetzelfde geldt voor sport, onderwijs en elke festiviteit. Deze mensen zijn kortom goud waard!  Tegen twaalven was het mooi geweest. We aten gezamelijk een broodje en dronken een drankje. Hoe mooi kan het zijn. Volgend jaar weer, zeker en vast! 


Het dorpshuis is ook de plek waar gestemd kan worden. Vandaag mochten we weer. Deze keer provinciale + waterschapsverkiezingen. De opkomst was 

zo te zien goed. Ik was er om half elf en had nummer 68. Dat zegt wel iets hoe uitgeslapen de gemiddelde Gietervener is. 

De Hoeskoamerbijeenkomst was vanwege de ruimte die de stemhokjes en de stemcommissie innam deze keer in de kantine, ook wel de horecazaal genoemd. Vandaag geen biljarten dus, alleen rummikubben. Het bij elkaar zijn is op zich ook al heel genoeglijk. Volgende week is er geen maandelijkse thema, want we gaan neutenschaiten. Komt allen!!  Aanvang: 9.30 uur.           

Brand, brand.. weer de brandweer!                                     13.3.19


Een leerzame en genoeglijke avond achter de knopen in ons dorpshuis. Na de jaarvergadering van de dorpsbelangen, was het de beurt aan twee echte brandweermensen om over hun werk te vertellen. Vroeger waren mensen die zich bezighielden met het blussen van branden voornamelijk (misschien zelfs wel uitsluitend) mannen, tegenwoordig ligt dat een stuk anders. De taken die brandweermensen uitoefenen zijn ook veel diverser geworden en zijn even goed invulbaar voor vrouwen als voor mannen. Laat ik beginnen te zeggen dat ik ongelooflijk veel respect en waardering heb voor het werk dat deze mensen doen. Dat neemt niet weg dat er na enige tijd bij mij een zekere meligheid begon te groeien. Natuurlijk, een mens moet zorgen dat hij/zij brand geen kans geeft, dat hij/zij brand zoveel mogelijk weert en de nodige voorzorgsmaatregelen neemt. Maar aan de andere kant is vuur ook weer onze alledaagse metgezel. We zijn zogezegd een nogal ontvlambaar koppel. Hoe gauw kregen wij het namelijk niet over de vreugdebrandjes en de grotere jongens zoals het paasvuur? Niet zelden is het letterlijk spelen met vuur. Het vak van brandweerman of -vrouw is zoals gezegd heel breed geworden. Francine Vooren en Bé Kok vertelden er gloedvol over. Er werden veel vragen gesteld en op zeker moment kon ik het niet laten te vragen of ze van kindsaf al bij de brandweer hebben gewild of dat er toch ergens in hun loopbaan iets mis was gegaan. Dat wekte algemeen gelach op en niet helemaal ten onrechte, maar wie er kiest een beroep waar zoveel haken en ogen aan zitten? Waar zoveel ellende op je pad komt? Waar je als het tegenzit 24 uur in touw moet zijn? Er zijn makkelijker baantjes om de
59 te halen. En toch beaamden ze allebei dat ze niet anders zouden willen. Dat er ook een
soort van avontuur in zit. Voor enige hilarische anekdotes draaiden zij hun hand ook niet om en het lag me voor in de mond te vragen of in de opleiding tot brandblusser en hulpverlener ook een training zit die hun het lachen in werkelijk lachwekkende situaties moet voorkomen. Terug naar de kazerne zal men het soms wel uitproesten. Dat móet wel. Dat houdt het ook spannend. Het was kortom een leerzame avond en zeker voor herhaling vatbaar.

Voorlezen op school                                               7.3.19


Gisteren was er in het kader van Meertmaond Streektaolmaond het jaarlijkse voorlees-halfuurtje voor de klassen van onze samenwerkingsschool. We waren met vijf voorlezers. Doel van dit voorlezen is om de kinderen de liefde voor de taal en in dit geval voor het dialect bij te brengen. Dat is geen makkie, want het dialect, zo men wil streektaal, is rap aan het verdwijnen. Men kan dit jammer vinden (en dat is het ook!), maar tegenhouden kun je het niet. Dat wil niet zeggen dat je geen poging moet ondernemen de kinderen er mee te laten kennismaken. Het is hoe dan ook een verademing te ervaren dat de kinderen de verhaaltjes in ieder geval goed begrepen en wie weet ook nog woorden oppikten. 

Een extraatje vormde het verhaal dat oud-schoolhoofd Bé Blauw voorlas. Het was in het Nederlands geschreven door Nynke Boersma en door Bé omgezet in het plat. In dit geval in het Grunnings. Hier raak ik een zenuw van de streektaal-problematiek, want wanneer is iets nog Drents en wanneer is het Gronings? 

Dat is een heikele kwestie waar ik mijn vingers liever niet aan wil branden. Het Huus van de Taol, dat deze lezingen op touw heeft gezet, gebruikt ao, terwijl men in het Veen-koloniaalse deel van de provincie oa voor hetzelfde woord gebruiken. 

En zo zijn er legio verschillen. Dat is deels de charme van het dialect, maar het kan eveneens verwarrend overkomen. Bé las het omgezette verhaal van Nynke voor en zij moet op zeker moment gedacht hebben: Hé, dat ken ik!!  En dat was ook zo. 

Het was namelijk gekozen als één van de 10 beste verhalen van de schrijfwedstrijd die het Huus van de Taol had georganiseerd. Nadat Bé het voorgelezen had, kreeg Nynke van wethouder Bas Luinge van Aa en Hunze een exemplaar van het boekje met de titel In elk kind zit een verhaal uitgereikt. Ook haar verhaal staat in dit boekje. Ze was er maar wat trots op. 

Ik had zelf een ook stukje geschreven en ik merkte dat de kinderen de strekking ervan heel goed begrepen. Het was al met al weer aangenaam vertoeven in onze prachtige school. 


De afgelopen zondag gehouden Brune Bonentocht is jammer genoeg letterlijk een beetje in het water (de regen) gevallen. Zo'n 50 wandelaars lieten zich echter niet uit het veld slaan en volbrachten de 5, 10, 15 of 25 kilometer met glans. De snert of bruinebonen smaakte daarna uitstekend. Er waren zelfs mensen die alleen voor de soep kwamen. Ik spreek namens hen als ik zeg dat zij volgend jaar voorafgaand aan de soep wél eerst even een rondje zouden moeten lopen. Waarvan akte.

De boekenhoek                                                        27.2.19                                                       


Sinds enige tijd besteden we de woensdagochtenden in ons dorpshuis. We, dat ben ik, mijn vrouw en Rossie, ons hondje. Onder het mom niet te vegeteren achter de begonia's, lopen we daar tegen half tien naar toe. Vegeteren doen we trouwens in het geheel niet en dit wekelijks uitje zouden  we vanuit dit oogpunt gezien niet nodig hebben. We doen het puur voor de gezelligheid. Na de koffie gaat de hele kluit rummikubben of biljarten. Wij doen aan geen van beiden mee, we houden het op een beetje bijkletsen met een paar zijzitters. Soms klinkt ons gelach zo luid dat ik lichte fronsen bij de rummikubbers en de biljarters zie, hetgeen kan betekenen dat zij graag bij ons zouden aanschuiven óf dat wij ons een beetje gedeisd moeten houden omdat het hun uit de concentratie brengt. 


In het dorpshuis bevindt zich in een hoek van de grote zaal een boekenkast. Dit heb ik enige tijd geleden ontdekt. Ik wist wel van het bestaan van die boekenkast, maar veronderstelde dat de inhoud ervan niet veel verder zou gaan dan Konsalik en Mien van't Sant. Totaal verkeerd gezien! Het bevat evenveel modern literair werk. Van Connie Palmen, John Grisham, Kluun tot en met Joost Zwagerman. Daarom besteden wij onze aanwezigheid aan het uitzoeken van boeken die ons goed passen. Mijn vrouw is wat dat betreft even fanatiek als het op boeken aankomt dan ik. Een groot deel van de planken bevatten weliswaar categorieën waar ik weinig mee heb. Detectives, streekromans, kinderboeken en huis-, tuin- en keukenboeken. Een volle rij Baantjer en Ruth Rendall. Toon Kortooms, Godfried Bomans, Jan Wolkers.., heb ik allemaal al. Maar er is nog genoeg ander werk. Je mag de boeken mee naar huis nemen en ze later weer terugbrengen. Kopen was geen optie, tot ik er zelf over begon. Want er wordt steeds minder gelezen en de aanvoer van boeken gaat gestaag door. Er hopen zich al tassen vol op. 'Je moet ze gaan verkopen' zei ik en dat was niet eens zo'n slecht idee. Wij bedenken ter plekke een prijsje en soms breng ik enkele miskoopjes terug die ik weer voor andere ruil. Het is de ideale manier om voor weinig geld aan prachtige boeken te komen en te wisselen uit eigen voorraad. Op 16 maart tijdens 'NL Doet' gaan we de voorraad uitzoeken en op soort bij elkaar zetten. Wie wil helpen, mag langskomen.    


Maar je hoeft niet van lezen te houden om op de woensdagochtend aan te wippen. Op de derde woensdagochtend van de maand is er altijd een zogenaamde 'Hoeskoamer Plus'. Er wordt dan aandacht besteed aan iets speciaals. Dat kan van alles zijn. De inloopochtenden zijn gratis. Vanaf 9.30 uur tot 11.30 uur. Iedereen is van harte welkom. Gewoon doen!  


                                                                            Willem Haandrikman